Zijn Nederlandse pensioenfondsen eigenlijk niet gewoon zeepbellen? [1/4]

Maar we hadden toch het beste pensioenstelsel van Europa, dus wat is dit voor gezeur? Als je altijd alles vergelijkt met hoe de buren het hebben, dan kunt u beter op een vuilnisbelt gaan wonen. Op papier zijn Nederlandse pensioenfondsen inderdaad 'mudvol'. Maar er zit een speculatief effect in. Bij buurlanden is dat vaak nog erger, maar dat maakt niet dat Nederland daarmee per definitie genoeg in kas heeft om komende generaties ouderen van een inkomen te voorzien, integendeel. Je kunt ook met zijn allen te arm zijn. Met pech betaalt u netjes uw premie en slaapt u vanaf uw zeventigste levensjaar toch onder een brug. 

Roze bril
Toegegeven, het is makkelijk scoren. Kritiek hebben op de 'jongste' politieke partijen als PVV, DENK, 50Plus en FvD die zonder financiële paragraaf meedoen aan verkiezingen. Henk Krol van 80+ maakt het helemaal bont. Door de rekenrente te veranderen, lijkt de vermogenspositie van het pensioenstelsel beter en is die kennelijk ook zóveel beter dat de uitkeringen omhoog kunnen. Dat is zoiets als een roze bril vastlijmen op uw gezicht. Dan lijkt alles vanaf nu inderdaad beter, hoe oud u ook wordt. Wie dan leeft, dan zorgt.

Volgens de bejaardenpartij zijn de fondsen zelfs 'mudvol'. Dat lijkt ook te kloppen, dat is het mooie. Laten we er eens wat statistieken bij grasduinen. Op de balans van een pensioenfonds staan aan de activazijde beleggingen en kasgeld. Met de eerste categorie wordt er belegd, zodat er in de toekomst pensioen kan worden uitgekeerd. Vanuit het kasgeld krijgen opa en oma volgende week de beloning voor een leven lang hard werken uitgekeerd. 

Bij de verplichtingen zien we de opgetelde beloftes die de fondsen richting aangesloten personen hebben gedaan, de toekomstige en huidige oudjes. Deze post is lastig in te schatten. Als er morgen een uitvinding wordt gedaan waardoor iedereen tien jaar langer leeft, betekent dat niet dat de kostenpost die bij het langer leven hoort, ook ineens gedekt is. Maar de vermogenspositie (kasgeld plus beleggingen) ontwikkelde zich de afgelopen twintig zoals hierboven weergereven, volgens het CBS.

Duurzaam inkomen
Die beleggingen staan voor het overgrote deel in het buitenland uit. In de loop van de jaren kunnen we die verkopen, om de vergrijzende bevolking van een duurzaam inkomen te voorzien. tegen die tijd kan die uitkering weer belast worden. 

Rabobank rekende voor dat die € 1.200 miljard aan pensioenvermogen ooit uitgekeerd wordt en dan vervolgens de inkomstenbelasting in gaat, tegen een gemiddeld tarief van 35 procent. Dat 'genestelde ei' van pensioenmiljarden die de komende decennia de staatskas invloeien, betekent dat een staatsschuld van € 400 of € 500 miljard dus eigenlijk ook niks voorstelt. Landen als Duitsland en België hebben zo'n spaarpot niet, dus Nederland staat er sterk voor. 

Laten we de jaarrekening van ABP er eens bijpakken, toch een flinke vis in pensioenland. De resultatenrekening van een pensioenfonds ziet er als volgt uit. Er is dus een fondsvermogen, bestaande uit geld en beleggingen, waar later uitkeringen uit voldaan moeten worden. Dat bedrag neemt jaarlijks toe, omdat jonge spaarders en hun werkgever premie betalen. Dat is inkomstenbron voor het pensioenfonds.

Hoog beleggingsresultaat
Verder zorgen die beleggingen voor nog meer inkomsten. Zo kopen pensioenfondsen vastgoed, waar huurinkomsten uit worden gerealiseerd, nog meer geld om uitkeringen te doen. Die uitkeringen gaan weer ten laste van het vermogen van het fonds, net als kosten als salarissen van management en personeel. De laatste post is niet significant. Al met al is het pensioenvermogen zo te berekenen:

Pensioenvermogen (2016)
+ Premiebaten:
+ Beleggingsresultaat:   
- Uitkering:
- Kosten:

Pensioenvermogen (2017)

Vermogensbeheerders
Als in een bepaald jaar bijvoorbeeld het beleggingsresultaat veel hoger is dan de uitkering, dan wordt het gemeenschappelijke appeltje voor de dorst alleen maar groter. Bij ABP stijgt het fondsvermogen met € 100 miljard in vijf jaar. Dat komt bijvoorbeeld omdat de fondsmanagers een extreem goed beleggingsresultaat hebben kunnen neerzetten. 

Terwijl de rente op spaargeld bijna nul procent is, slaagden de vermogensbeheerders van de ambtenaren er vorig jaar bijvoorbeeld in om een rendement van 9,5 procent te halen. Dit rendement bij een fondsvermogen van € 350 miljard betekent bijvoorbeeld dat ABP vorig jaar dik € 30 miljard mocht bijschrijven. Hoeveel uitkeringen kunnen we daarvan betalen?

Elk jaar keert ABP voor ruim € 10 miljard uit aan gepensioneerden. Als er in eenzelfde jaar € 33 miljard met beleggen wordt verdiend, dan mogen we spreken van een bijzonder gezond pensioenstelsel.

Uitkeringen korten
Die € 33 miljard wordt verdiend met beleggen in (beursgenoteerde) aandelen, vastrentende obligaties (zoals Nederlandse staatsleningen), commerciëel vastgoed zoals winkelpanden en derivaten. Het beleggingsresultaat is ten opzichte van 2015 verdrievoudigd. 

Daarom heeft Henk Krol ook gewoon gelijk. Het geld klotst bij de fondsen tegen de plinten. Oudjes korten is dan ook asociaal en vooral overbodig. Wat zegt het bestuur van ABP hier zelf eigenlijk over?

Dat is vreemd. Hoe kan dat nou?