Stedelijk Museum Amsterdam: elitair doch zieltogend, beter steken we 't gewoon in de fik

Ondergetekende heeft een keer een weddenschap verloren. De tegenprestatie was geen nacht met Patricia Paay, een tattoo van een hakenkruis in het gezicht of rondje soos, maar een middag naar het Stedelijk Museum. De eerste indruk: het is een pretentieus gebeuren waar eigenlijk niemand wat aan heeft. Daarom kun je er ook een granaat laten afgaan. De 'kunst' die er te vinden is raakt je niet, het zijn wat postmodernistische rommelwerkjes die het zonder subsidie wel niet zullen redden. Daarom was Beatrix Ruf eigenlijk wel een mooi boegbeeld. Een blik in de jaarrekening bevestigt dat beeld. Zullen we de boel niet gewoon in de fik steken?

Miljoenen subsidie trekken en nog verlies maken, kan dat? Ruf wel. 'Het Stedelijk' heeft jaarlijks een begroting van dik € 30 miljoen, waarvan 60% uit subsidie bestaat. De overige inkomsten zijn voornamelijk publieksbaten en sponsoring, maar sinds het aantreden van Ruf in 2014 lopen beiden hard terug.

Zo is het aantal bezoekers met een kwart gedaald, in slechts drie jaar tijd. Dat is een prestatie. Op het hoogtepunt van de laatste recessie is Amsterdam een campagne gestart om meer toeristen naar Amsterdam te trekken. Dat is gelukt mogen we wel zeggen, de stad wordt ermee overspoeld. Maar geen van de toeristen bezoekt het pretentieuze gebeuren tegenover het Concertgebouw. Waar er rijen voor het Rijksmuseum staan, is het muisstil aan de overkant. 

De daling van de sponsorinkomsten is ook veelzeggend voor de populariteit. In combinatie met de deerniswekkende bezoekcijfers (Ruf had het in het laatste jaarverslag toch over 'een goed jaar') zorgt dat in 2016 voor een verlies van een miljoen per jaar. Dat is knap, want bij het aantreden van Ruf was het saldo nog € 3 miljoen positief. 

Het vervelende gevolg van de dalende populariteit is dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de tentoonstellingen, want van de bezoeker komt het geld niet. Het is de vraag wanneer de gemeente een rode lijn trekt. Een beetje subsidie is wellicht acceptabel, maar deze verhouding lijkt nergens naar. 

Daarom introduceren we de subsidiemeter. Met hoeveel euro subsidie wordt een euro van een bezoeker verhoogd, om het museum überhaupt de deuren te kunnen laten openen? 

Drie, waar het er drie jaar geleden nog twee waren. Dat is een prestatie van jewelste.

Conclusie: het Stedelijk Museum is een vorm van geweld. De burger wordt overspoeld met propagandakunst waar geen mens voor wil betalen. Daarom wordt de Amsterdamse belastingbetaler gedwongen het gebeuren overeind te houden, zonder dat deze er zelf ooit een voet over de drempel heeft gezet. En dan is het ook nog eens spuuglelijk. Dat hoort bij de modernistische zelfhaat: niet alleen is de kunst zo afstotelijk dat niemand het 'museum' bezoekt, het is ook nog eens een afzichtelijk gebouw dat een verder mooi plein compleet ontsiert. Het is elke keer weer om je kapot te schamen, als een buitenlandse vriend je vraagt waarom die gekke Nederlanders hun eigen historische binnenstad zo ontsieren. Daarom, beste Amsterdammers, verzamelen we vanavond om 23:59 op het Museumplein. Drink vast in, haal een vette bek voor als het een lange nacht wordt en neem die jerrycan mee. Dan schenken we de tempel van prententieus zelfhaatterrorisme vanavond nog de reiniging door vuur.