Nazi-verleden C&A biedt unieke fiscale kans om miljarden te maken voor Chinese kopers [2/2]

Dat verhaal van C&A, dat in China in de uitverkoop gaat, is nog wat vervelender dan gedacht. Leest u eerst deel een, dat is hier onlosmakelijk mee verbonden.

Wat heeft de pijnlijke geschiedenis van het bedrijf met de fiscale structuur te maken? Alles. In 2016 kwam opperhoofd Maurice Brenninkmeijer met de bekentenis dat er wel eens pakken in het Joodse ghetto van Lodz waren gemaakt: zeventig jaar na dato, daar heeft hij dus een flinke tijd mee gewacht. Zoals elke voormalige redacteur van Quote uit een bepaalde periode weet, volgt de openheid op de aankondiging van een zeer uitvoerige publicatie over de geschiedenis van de familie.

Slechte kredietwaardigheid
Mark Spoerer van de Universiteit van Regenburg maakte in zijn boek melding van een brief die het concern in 1937 aan Hermann Göring (rechts) heeft geschreven. Hoewel hier dus pas in 2016 over werd gesproken met Die Zeit, lag deze in 2009 al bij de redactie van Quote (en daar moet hij nog steeds liggen, in het fysieke Quote 500-archief over de familie Brenninkmeijer). 

In die brief wordt de sehr geehrter Göring al het beste toegewenst. C&A was een rein arisch bedrijf, waar nog nooit een Jood in de hoogste regionen van het management had verkeerd. De kledinggigant wilde graag goede relaties met Duitsland onderhouden om in dat land te kunnen blijven verkopen. In 1934 had Joseph Goebbels al een mooie donatie ontvangen en de Brennikmeijers waren dus ook zo slim om zich voor te bereiden op een eventuele bezetting. Ook C&A had 'slechte ervaringen' als het om de kredietwaardigheid van Joodse klanten ging, dus er zou toch echt wederzijds begrip moeten kunnen zijn. 

Waar andere bedrijven de oorlog niet overleefden, had C&A enkel wat problemen bij het realiseren van de expansieplannen gedurende de oorlogsjaren: die plannen 'werden wat afgeremd' door het conflict, wat natuurlijk heel erg voor de Brenninkmeijers is. Deze verzachtende uitspraak staat op een inmiddels verwijderde pagina op de website van het concern zelf. 

Gedurende de jaren '70 vreesden de Brenninkmeijers dat de warme banden met de top van de nazi's een excuus voor de Rote Armee Fraktion (RAF) zouden kunnen zijn om een van de familieleden te kidnappen of te liquideren. De RAF was een extreem-linkse club die meerdere zakenmensen heeft ontvoerd en vermoord, dus die gedachte was zo gek nog niet. 

Dreigbrief
De Brenninkmeijers kozen toen voor een zeer ondoorzichtige bedrijfsstructuur, waarbij het aandelenbezit werd verdeeld over feitelijke eenmanszaken, stichtingen, VOF's en CV's die fiscaal zeer onaantrekkelijk zijn, maar wel maximale geheimhouding bieden. Anders dan BV's en NV's kunnen genoemde vennootschappen, mits slim gebruikt, compleet onder de radar opereren. Zo konden de bestuurders van het concern, zonder uitzondering leden van de familie zelf, hun textielimperium uitmelken zonder dat er persoongegevens in het handelsregister opgenomen moesten worden.

De communicatie van C&A naar journalisten is bijzonder helder: durf ook maar iets over de NAW-gegevens van ons management naar buiten te brengen en we maken uw handel helemaal kapot. Dat klinkt als een uitdaging, maar dat terzijde. De geschiedenis van de oorlog ligt in het verleden, maar de genoemde CV-structuur is er vandaag de dag nog steeds. Overigens wordt er wel eens gezegd dat rijkenlijstjes als de Quote 500 de reden zijn waarom families als de Brenninkmeijers bang zijn voor ontvoeringen: de tentoonspreiding van de rijkdom kan de verkeerde mensen op ideeën brengen.

Plastic dassen
Zo heet wordt de soep niet gegeten, de genoemde structuur (met vennoten) is ouder dan de Quote zelf. Neem bijvoorbeeld deze VOF uit de C&A-kerstboom. In de jaren '70 gebruikten deze Duitse Brenninkmeijers de genoemde route al. 

En nu? Erg hard groeien zal C&A toch niet, want niemand gaat nog naar de Hoofdstraat van Assen om daar goedkope pakken aan te schaffen. Als C&A een NV wordt met meerdere buitenlandse aandeelhouders, dan kan de effectieve belastingdruk ver onder de 25 procent worden gebracht, goede fiscale adviseurs zijn er in Amsterdam te over. 

Een Chinese koper deelt het pijnlijke verleden van de familie niet en hoeft het bezit in de honderden winkels dan ook niet in adminstratief onhandige CV's weg te stoppen. In handen van een Chinese aandeelhouder zonder die CV's is hetzelfde bedrijf veel winstgevender, omdat de effectieve belastingdruk zeer waarschijnlijk kan halveren. Die winst drijft de verkoopprijs voor de Brenninkmeijers weer op. Het verschil kan in de miljarden lopen, afhankelijk van de randvoorwaarden. C&A kan een pijnlijke geschiedenis vervolgens achter zich laten. 

Three birds, one stone. Of zou een Chinees echt intrinsieke belangstelling hebben in de plastic dassen en spekzolen van C&A, bijvoorbeeld omdat ze die daar zelf niet kunnen maken?